Winter

Barbara Pavinati

RABARBARA RAASKALT

WINTER

Het is koud. We hebben weer een echte winter. Wel met een zon. Een stralende zon die je doet vermoeden dat het warmer is. Ideaal weer voor mijn postronde is dit. Ik draag een thermobroek onder mijn gewone broek en heb verschillende lagen bovenkleding. Tegen kou kan je je goed wapenen. Beter dan tegen regen of ijzel. Ik vind het heerlijk die vrieskou. Ze is verfrissend en maakt mijn hoofd helder.

Met stevige passen bezorg ik de post in de brievenbussen. Mijn handschoenen zonder vingertoppen zijn ideaal. De handen blijven warm en de post is nog goed vast te pakken. Ik denk aan het liedje ‘Winter’ van Tori Amos en dat ik eigenlijk niet van de winter houd, maar als het is zoals nu vind ik het prachtig:

Snow can wait
I forgot my mittens
Wipe my nose
Get my new boots on
I get a little warm in my heart
When I think of winter
I put my hand in my father’s glove

Maar bovenstaande zinnen zijn niet de reden dat ik het liedje zo mooi vind. Het draait bij mij om het refrein.

“When you gonna make up your mind?”
“When you gonna love you as much as I do?”
“When you gonna make up your mind,
“‘Cause things are gonna change so fast.”

Deze woorden zegt de vader in het lied tegen zijn dochter. Tori heeft dit lied ooit geschreven voor haar vader. En ik denk dat heel veel meisjes met een liefhebbende vader deze zinnen herkennen. Toen ik dit liedje voor het eerst hoorde, moest ik huilen. Hoe vaak mijn vader niet gelijkluidende troostende woorden tegen mij zei (en nog steeds tegen mij zegt) als ik verdrietig was (ben). Hoe hij mij in alle stadia van mijn leven mij heeft bijgestaan en nog steeds bijstaat. Hoe hij nu in de winter van zijn leven is en ik hem straks moet laten gaan.

Misschien dat ik daarom wel niet van de winter houd. Het is het seizoen waarin alles afsterft. De winter is het einde. Mijn hart bloeit altijd op van de lente, die ik tijdens mijn postronde erg intens ervaar. Dan begint alles te bloeien, groeien en stralen. Het geluk en de blijdschap die ik dan voel, is niet te beschrijven: de eerste voorzichtige zonnestralen die mijn gezicht warmen, de opluchting dat mijn vingerloze handschoenen uitkunnen en dat aangename gevoel als je weer zonder jas naar buiten kan. In die dagen ben ik op mijn best. Alles gaat open en mijn hart ook. Nog even en dan is het weer zover. Dan kan ik letterlijk de bloemetjes buiten zetten. Figuurlijk kan dat natuurlijk het hele jaar. Deze week moet ik (en jullie ook) het nog even doen met de kou. Gelukkig met zon. Gelukkig wel.

Zo kleed ik mijn handen in de winter aan.

 

Thanks! You've already liked this
Geen reacties