Verliefd

Barbara Pavinati

RABARBARA RAASKALT

VERLIEFD

Laatst hoorde ik het nummer ‘Verdammt ich lieb’ dich’ van Matthias Reim op de radio. Daardoor herinnerde ik mij mijn middelbare schooltijd weer tot in de kleinste details. Sweet old memories. Ja, dat waren nog eens tijden.

Met een grote nog naar leer ruikende schooltas liep ik rond tijdens mijn brugklastijd. In de jaren erna werd die tas vervangen door een stoere bagsac rugzak. Die droeg ik dan niet helemaal op mijn rug, maar gewoon nonchalant over één schouder. Dat die dan helemaal scheef stond door het gewicht van de boeken kon mij geen bal schelen. Net zoals het mij niet uitmaakte om als het regende doorweekt en al op school te komen. Regenpakken werden namelijk nooit aangetrokken tijdens de fietstocht van zes kilometer er naartoe. Als het regende was het stoer om nat te worden. En met de bus ging ik sowieso niet. Dat was absoluut not done.

Met een echte talenknobbel blonk ik uit in de -hoe kan het ook anders- talen. In de derde klas was ik heel goed in Duits. Dat kwam omdat we een leuke, jonge en vlotte leraar hadden die een moderne lesmethode hanteerde. Zo ging hij om het verschil uit te leggen tussen de derde en vierde naamval midden in de klas op een tafel staan en daarvan afspringen. Op die manier maakte hij heel beeldend duidelijk wat stilstand (derde naamval) en wat beweging (vierde naamval) was. Ik ben het nooit vergeten.

Zoals dat wel vaker met pubermeisjes gaat, had ik weleens een oogje op deze of gene. Ook mijn leraar Duits werd op een gegeven moment het onderwerp van mijn dromen. Dat resulteerde in torenhoge cijfers (die het jaar daarop enorm kelderde, omdat we een oude, strenge, pittige, kleine en –ik durf het eigenlijk niet te zeggen- lelijke docente kregen) en stiekeme hartjes op de letters i van mijn achternaam. In mijn onschuld dacht ik dat deze liefde enkel en alleen in mijn eigen hart en hoofd leefde. Maar een daad van mijn leraar doet mij nu, oud, wijs en nog steeds onvolwassen, anders vermoeden.

Taaldocenten proberen vaak de les op te leuken door populaire liedjes in de vreemde taal te laten meezingen door de leerlingen en ze daarna met elkaar te vertalen. In die tijd was het eerdergenoemde liedje van Matthias Reim ‘hot’ en het lag dus voor de hand om daarmee aan de slag te gaan. Zo geschiedde. Tijdens het vertalen schalde bij het eerste refrein plotseling mijn naam door de klas: “Barbara, zou jij het refrein voor mij in het Duits willen opzeggen en het daarna in het Nederlands willen vertalen?” Even hoopte ik dat ik het verkeerd gehoord had, maar toen kwam het besef dat ik er toch echt aan moest geloven. Mijn wangen werden steeds roder en mijn schaamte steeds groter. Weglopen kon niet. Met mijn hoofd diep naar het blaadje gebogen probeerde ik zo neutraal mogelijk aan de opdracht te voldoen en murmelde ik:

“Verdammt – ich lieb’ Dich –
Ich lieb’ Dich nicht
Verdammt – ich brauch’ Dich –
Ich brauch’ Dich nicht
Verdammt – ich will Dich –
Ich will Dich nicht
Ich will Dich nicht verlier’n”

De vertaling mompelde ik er achteraan. Wat de reacties van mijn klasgenoten en de leraar waren, weet ik niet meer. Ik denk dat ik die heb verdrongen. Of ik daarna nog verliefd op die Duitse snuiter was, ben ik ook vergeten. Ik denk van niet. Ik hoop trouwens ook van niet, want met prille puberliefdes moet je respectvol omgaan. Ook met ‘grote mensen’ liefdes trouwens. Met alle liefdes eigenlijk. Het is een mooi en kwetsbaar goed dat gekoesterd en omarmd dient te worden. Niet iets om je voor te schamen of om belachelijk te maken. Laat dat de les zijn die we uit dit verhaal kunnen trekken. De duidelijke moraal. Nog vragen?

Zo schreef ik mijn naam onder de repetitieblaadjes.

 

Thanks! You've already liked this
Geen reacties