Het menu in het jaar 2050. Wat we dan eten begint in Groenlo

Eveline Zuurbier

Wat de wereldbevolking van 10 miljard mensen straks te eten krijgt begint nu op de Laarberg in Groenlo

In een eenvoudig lab in de Achterhoek werken bio-onderzoekers en voedseldesigners aan een nieuw voedselsysteem met een zo’n klein mogelijke voetafdruk voor de hele planeet. Het ultieme doel is: voor iedereen voedsel in de hele wereld! En moet nog duurzaam zijn ook.

Dichtbij telen, eten, bemesten en weer telen. Er zijn getallen bekend dat er in Afrika honderd procent meer voedsel nodig is! En in onze contreien waarschijnlijk meer dan vijftig procent. Dat is nogal wat!

Voor een student internationale (groot)handel van het Graafschap College uit Doetinchem was een bezoek aan het lab een eyeopener. Wat er allemaal in dit verscholen eiwitlaboratorium voortkomt om de snel groeiende wereldbevolking te voeden en wel met een compleet ander menu. Op de kaart staat eendenkroos, kleurrijke veldbonen of bitterballen van meelwormen. Hier verwachten ze al, dat de uitstraling van de Achterhoek de komende jaren landschappelijk sterk verandert. Ik zie levendige kikkerpoelen met eendenkroos voor me. Schuren met weinig vee en de rest in compartimenten gevuld met stellages aan kweekbakken. Etagères met (on)kruiden tegen winkelgevels. Voor de afwisseling reis ik af naar de Nederlandse kust waar in de zee hectares zeewier en bedwingbare algenwolken rijpen voor de oogst van groene kaviaar. Want daar zal in 2050 het meeste voedsel voor ons vandaan komen, vertellen de mensen die hier op de Laarberg bezig zijn.

De student was bij een symposium over eiwittransitie in dat lab om hem ook een beter beeld te geven van Trikker. Wij denken, net als deze innovatieve food-agrosector in circulaire systemen; in samenhang en op aansluiten op lokale omstandigheden, gebruikmakend van de kennis in het gebied. Duurzaamheid in de keten! Dit laboratorium is de groene hub in de bedrijvigheid op het regionale bedrijventerrein met hoofdzakelijk agro-gerelateerde bedrijven en bedrijven in de ‘food’. En…. bier in de groene beugelfles is ook agrarisch! Na de wijndomeinen zijn het nu de hopvelden die in het landschap verschijnen als alternatief voor het vele maïs van een paar jaar geleden. En denk in de verbinding op het industrieterrein ook aan Welgro bulkwagens voor veevoeders, meelproducten, granulaten, granen en poedervormige stoffen fabriceert voor klanten tot in het Midden-Oosten en Afrika. Denk ook aan melkkoel- en biervergistingstanks van Mueller, aan Veld Koeltechniek. In die verbinding kijkt ook Trikker mee.

Op het symposium in dit eiwitlab waren naast gedeputeerde Michiel Scheffer vertegenwoordigers van Agrifirm, uit de foodsector en lectoren van de opleidingen HAS Den Bosch en Van Hall Larenstein aanwezig. Ze bespraken de randen van biotechnologie, over de toekomst van ons eten. We gaan meer gebruikmaken van reststromen, van de velletjes van de ui als smaakmaker en als structuur voor ons voedsel. Niets gaat verloren in de circulaire economie. We gaan het kaf eten evenals het koren. Dit afgezet tegen de droogte in de Sahara die reikt tot in Zuid-Europa; de grote verschillen tussen arm en rijk, de uitwassing van bodem in West-Europa en dat in Afrika de bevolking explosief gaat groeien. We moeten daarin meehelpen en denken te beginnen aan een continentale circulaire economie. De grondstoffen dienen zoveel mogelijk op het eigen continent te blijven om ook de bodem waar ze groeien te kunnen blijven voeden, is het idee.

De student van de Doetinchemse MBO-school is bijna klaar met zijn opleiding en wil tot aan september de sales gaan doen voor Trikker. En hij gaat hierin een keuze maken voor een vervolgstudie. ‘Geen koude business’ zoals hij vertelt, maar iets met fairtrade en duurzame economie: ieder zijn eigen deel. Hij merkt op: “wat ik hier zie, kan ik niet uitleggen aan mijn vrienden. Zij zullen het niet begrijpen dat Achterhoekse ‘groene sector’ werkt aan het wereldwijde voedselprobleem in dit eenvoudig uitziende bedrijfspand.”

Voorstelling van wij in 2050 zullen eten

En daarom: wie meer inzicht wil hebben over gezond, verantwoord eten, voedselkwaliteit, bio-landbouw en het nobel streven heeft, dat niemand op deze aardbol geen honger meer hoeft te lijden, zou eens met de betrokken voedselproducenten in gesprek moeten gaan. Alles wat zij in dit innovatielab creëren anno-nú zou worden toegepast, dan kennen wij geen migratie (de opblaasbootjes vol mensen) uit Afrika meer. In dit laboratorium in Oost Gelre werken start-ups die bezig zijn met nieuwe wegen verkennen. Ze dienen daarbij tal van hordes –meestal wetten en gebonden regels, de warenwet – te nemen c.q. overbruggen. Is het straks nog voedsel te noemen als je eendenkroos eerst ontleedt in eiwit- en vezelstructuren, het ontdoet van vocht (water) en thuis in de keuken weer als Lego-steentjes opbouwt, maar dan met één eiwitsteentje meer in het recept en met toevoeging van een chocoladesmaakje? En is er voldoende afzet voor bijvoorbeeld eendenkroos en al die mooi gekleurde bonen? Of onkruid. Een mooie bijkomstigheid is, dat wanneer je in de verbeelding van Lego-steentjes naar deze grondstoffen voor voedsel kijkt, de mogelijkheid het water (vocht) achter te laten in de gebieden waar deze gewassen gegroeid zijn. De bodems in Zuid-Europese landen schreeuwen om water en om het vocht nu daar achter te laten, is het probleem een stuk kleiner. Bovendien kun je op een vrachtwagen veel meer grondstof kwijt omdat de zwaarste Lego-steen, het water, thuis blijft. Dat bespaart ritten, brandstoffen en minder CO2-uitstoot. Wat een nobele gedachte!

Het laboratorium op de Laarberg waar de onderzoeken plaatsvinden is een zelfstandig bedrijf. Je kunt er ‘gewoon’ ruimte huren, als je de intentie hebt of wat wil bijdragen aan voedsel, kwaliteit, bio/chemie en gezondheid. Voor je voorstelling: het is dus meer dan een laboratorium met reageerbuizen en titratie-apparatuur. In het jargon heet ‘BIC’, het Biobased Innovation Center waar de eiwittransitie –de duurzame invulling van voedingsbehoefte- plaatsvindt. De drijfveren? Voedselvoorziening voor de hele wereld wetende dat we in het huidige systeem dit niet gaan redden. Op de Laarberg zoeken ze naar andere systemen. Ze werken in de keten naar een andere mindset van landbouwers én die van de eindgebruikers: de etende mens. Die mindset is bij de millenniumgeneratie al gaande getuige dat zij anders denken over onze economische systemen waar ecologie van doorslaggevend is. Dat begint als in de eetkeuze van deze studenten. Twintig jaar terug verschenen in de media nog de berichten dat studenten slecht voor zich zorgden. Nu spelen milieu en gezondheid een cruciale rol in de keuze voor het voedsel. En neem geen sojamelk! Dat is een onsmakelijk residu van geldopbrengsten, gekapte regenwouden en monoculturen. Dit eetgedrag heet flexitariën. De flexitariër is contant op zoek naar balans.


Gedeputeerde Michiel Scheffer proeft van de recepten die gemaakt zijn van waterlinzen. Foto: Eveline Zuurbier

Biologische landbouw is niet dé oplossing

Kan biologische landbouw en de boeren die daar mee bezig zijn niet een groot deel oplossen? Voor degenen die biologische landbouw nastreven… deze kleine zelfstandige micro-circulaire economieën kunnen de vraagstukken rondom voedsel en gezondheid niet oplossen. Daarvoor zijn ze te kwetsbaar, te onderhevig aan de extremen van het klimaat en zouden we wereldwijd een landoppervlakte zo groot als Rusland voor de verbouw erbij moeten hebben om ons voedselprobleem te kunnen oplossen. Biologische landbouw kan niet in het tempo van de toename van de etende wereldbevolking. Niet dat de productie te laag ligt, dat is niet het vraagstuk. Het systeem moet weerbaar zijn een hogere vruchtbaarheid hebben van het landschap en de biodiversiteit die voldoende voedingsstoffen moeten gaan opleveren waar je gezond bij blijft, is dat wel. Een landbouw die de kringlopen sluit en waar de wereld van kan leven. En dat kan de biologische landbouw nu net niet redden. De tijd die de biologische landbouw daarbij nodig heeft, is te vergelijken met een herkauwer (runderen produceren meer CO2 dan bijv. varkens). Per kilo geproduceerd gewas verdwijnt meer ammoniak en verzurende gassen naar de bodem en naar de waterwegen of de lucht. Bovendien is biologische landbouw vrij moeilijk: overal is de bodemvruchtbaarheid anders.

Waar biologische landbouw wel goed voor is

Wel levert de biologische landbouw een wezenlijk aandeel in gunstige ontwikkelingen in de reguliere landbouw. Minder gebruik van chemische spuitmiddelen en diergeneesmiddelen, op weg naar kleinere veestapels. Ze geven een enorme impuls om in te zien dat we er met droogteresistent zaaigoed, superonkruid (groenbemesters), bestrijdingsmiddelen er niet komen, behalve dan het gemak. En laten we eerlijk wezen: in dit geval dient het gemak de mens absoluut niet. De biologische landbouw is de aanjager van vernieuwingen voor bio-landbouw die steeds meer in samenhang en agro-culturen in de gebieden kijkt en risico’s in die gebieden beheersbaar maakt door een sterke diversiteit. Eindelijk een manier van denken wat ons bewuster maakt van wat we eten en hoe we het zover kunnen krijgen.
 (Hopelijk biedt de bio-landbouw ook voldoende weerstand tegen chemiereus Bayer-Monsanto. Daarover heeft ook de reguliere landbouw twijfels. Ze zullen er te afhankelijk van worden, het zaaigoed daar moeten kopen. Manipulatie in de zakendeals ligt om de hoek. De Correspondent meldde dat de opkomst van grote zadenbedrijven tot een verlies van 75 procent van de diversiteit in landbouwgewassen heeft geleid.)

Wat we niet zien…

Zijn de innovaties in de afzet van landbouwgrondstoffen

Wat we eten is cultuur en status. Status is de boosdoener!

Dat gebeurde ook een maand geleden op dit symposium met het besef dat we over pakweg 20 jaar op een hele andere manier telen. Ervan uitgaande dat we uit onze eigen tuin in de Achterhoek tot aan hooguit de Europese grenzen gaan eten. Inmiddels weten we dat we aan het eendenkroos, zeewier, meelwormen en sprinkhanen moeten als alternatief voor de eiwitten in vlees. Vlees zullen we net als het energiegebruik moeten minderen. Wel beseffende dat je niet zonder energie kan en breng dat maar eens in balans. Dat geldt voor de hoge eiwitgehaltes en de vitaminen B12-derivaten uit puur vlees. Het gaat in dit eiwitcentrum ook om nieuwe wegen te verkennen; naar het hervinden van de juiste balans, naar wat wij als Achterhoekers aan kunnen, naar het demotiveren van mono(super)culturen om de hoogste opbrengsten te generen. In de flexitarische cultuur ben je als die student zoekende naar alternatieve eiwitten. Gehaltes die de broodnodige eiwitten voor je lichaam uit vlees kunnen evenaren. In bijvoorbeeld eendenkroos en uienresiduen zijn die te vinden. Maar ga jij die morgen eten? En willen wij ze als vleesvervangers of als luxe alternatief voor kaviaar? Uienvezels in de vorm van Mc Donalds kipnuggets? En zijn we zover dat we cacao voor al die lekkere chocolade in West-Afrika laten?
Eten is cultuur, eten is sociaal, eten is een (eerste) levensbehoefte. Wie regelmatig een biefstuk op zijn bord heeft, wordt geassocieerd met dat hij een goed leven heeft. Moet je daarom ‘vleesvervangers’ maken? Is het de smaak die aangeeft of het ‘lekker’ is of is het de levensstandaard die de smaak bepaalt?

Voedseldesign op de Laarberg

De hamburger, de pizza of de strudel, falafel en tofu. Het zijn voedselproducten die kunnen rekenen op een grote sympathie, en dus een grote afzet in de hele wereld. Het waren eens vreemde producten voor de Nederlander. Nu heerlijkheden. Vraag over de eiwitten en de transitie is: kunnen we ook successen verdienen met eiwitten door deze in allerlei vormen aan te bieden? Zoals in de transitie van duurzaamheid Philips beweert geen lampen te verkopen, maar licht dat nog een fractie aan energie onttrekt aan de natuur? Agrariërs zijn nog niet geneigd nieuwe gewassen te telen als de afzet niet zeker is. Het vegetarische gerecht wint aan populariteit. In Amsterdam maakt het 1/3 van de keuze op de menukaarten van de restaurants uit. Eerlijk verdeeld: 1/3 vleesgerechten, 1/3 visgerechten en 1/3 vegetarisch. Maar het grote gros van de klanten in de restaurants, de boodschappende menigte weet niet hoe ons eten wordt geproduceerd of wil het niet eens weten. De supermarkten prediken met ‘robuust’, ‘bio’, ‘passie’ en ‘streekeigen’ een prachtig voorgeschoteld beeld. Wie een beetje nadenkt weet dat agrariërs en een Unilever zo ‘goedkoop’ mogelijk hun werk doen. We worden voor de gek gehouden? Toch maar aan de eerlijke eiwitten van eendenkroos uit de Achterhoek?

De overheid kan veel stimuleren. Denk aan de suikertax in Engeland en wat dat teweeg bracht. Terug naar ons voedselprobleem dat zich over twee-drie decennia aandient. We hebben de reststromen die nu naar het veevoer gaan, hard nodig om zelf op te eten. Hoe kunnen we die ‘lekker’ voorschotelen?

Gedeputeerde Scheffer ontvangt een voedseldesignboek. Foto: Eveline Zuurbier

Er zijn voedseldesigners en kunstenaars die zich bekommeren om voedsel en culturen in beweging. Dat duidt op transitie, omdenken. “Laat je inspireren door de natuur en zie in elk ingrediënt de schoonheid van kleuren, vorm, verschijning. Met behulp van de technologie van wat er in BIC op de Laarberg in Groenlo gebeurt kunnen we dat in wisselende bouw van de Lego-steentjes smaakvol inzetten. Eendenkroos heet op het bord geen eendenkroos meer maar waterlinzen. Van courgettes maken we groene spaghetti. Nieuwe smaken verrijzen. De consument dient dan wel van jongs af aan ermee opgevoed te worden. Een andere indeling van de supermarkten is meer dan gewenst. Stel je eens voor: de brood-, de vlees-, de groente- en de kaasafdeling vergeten we en er komen eiwitten-, koolhydraten- en vezelafdelingen bij Albert Heijn voor in de plaats. Dan hebben we een belangrijke sprong gemaakt in de hele ontwikkeling van onze voedselsystemen in de wereld, te beginnen bij de Laarberg.

‘Bijna onwezenlijk wat er in een klein eiwitlab op de Laarberg gebeurt voor het wereldvoedselprobleem’

Thanks! You've already liked this
Geen reacties