Analyse: Platteland boert achteruit door stortvloed aan zonneparken

Eveline Zuurbier

Deze analyse schreef ik voor De Achterhoekse Courant uitgave nr 9 2020.

1,35 terraWattuur aan stroom heeft de Achterhoek nodig willen we van de fossiele brandstof afkomen en in 2030 een klimaatneutrale regio zijn. Die slag om de duurzaamheid kent ook slachtoffers. Rond buurtschap Zwolle bij Groenlo weten ‘ze’ er alles van.

Sinds op het regionale bedrijventerrein Laarberg bij Groenlo een schakelstation voor het doorgeven van de stroom is gebouwd, maken projectontwikkelaars van zonneparken jacht op landbouwgrond in de buurt. Ze weten dat dit tussenstation als een magneet werkt voor nieuwe bedrijven, nu de gemeente Oost Gelre de Laarberg van de provincie mag gaan uitbreiden. De bedrijven vragen energie, stroom dus, wat een ware goudkoorts ontketent. Projectontwikkelaars bieden de boeren in het gebied hoge geldbedragen: hoger dan akkerbouw of melkvee per hectare ooit kan opbrengen. Voor wie wil stoppen, is dat een uitkomst om inkomen te houden. En voor wie tegen is, liggen hoge ‘naoberpremies’, een soort schadevergoeding, klaar om een verpest uitzicht te compenseren.

Bovendien zijn ontwikkelaars bereid om een deel van de winst in een gebiedsfonds te storten, waarmee inwoners kunnen investeren in zonnepanelen op de akkers. Al deze goede bedoelingen van de ontwikkelaars vallen verkeerd bij de plaatselijke bevolking. En landbouwers en ondernemers die al duurzaam hebben geïnvesteerd waarschuwen: “Als je zo draagvlak voor de energietransitie wilt vergroten, gaat dat de verkeerde kant op.”

Ontwrichting duurzame landbouw

Rond buurtschap Zwolle bij Groenlo worden vier van de twintig plannen voor zonneparken die in de Achterhoek en Twente bekend zijn, klaargestoomd voor een aanvraag. Daarmee komt de buurtschap rondom in de panelen te liggen: 150.000 stuks op 50 hectare weidegrond. Dat is genoeg om 15.000 huishoudens van stroom te voorzien, meer dan de gemeente Oost Gelre er zelf telt. En het lijkt nog steeds niet goed genoeg te zijn. “Want dagelijks worden wij boeren in het gebied gebeld om ons land voor 25 jaar te verhuren”, zei veehouder Jeroen Ensink zorgelijk op een buurtbijeenkomst.

Zelf heeft Ensink zonnepanelen op de varkensstallen gelegd en weet hij dat collega-boeren ook actief bezig zijn bewust hun bedrijven te verduurzamen. Maar staldaken van boerderijen volleggen in het gebied en leveren aan het net? Daarvoor is geen ruimte meer op het netwerk van Liander en daarmee vervalt de SDE+ subsidie, heeft Liander de boeren laten weten. Die krijgen de ontwikkelaars van grootschalige zonneparken wel. Zij leveren direct op het net voor middenspanning en kunnen de stroom kwijt aan de industrie.

Deze manier van belonen heeft Ensink woest gemaakt. Daarmee verliezen boeren de mogelijkheid om zelf hun bedrijven te verduurzamen en dreigen zij in hun economische ontwikkeling op achterstand te worden gezet. “Eerst voldoende zonne-energie zien op te wekken op de plek waar het ook verbruikt wordt”, pleit Ensink samen met collega-boeren voor het maatschappelijke belang in Zwolle. Of windmolens plaatsen die vanwege het hoge rendement – één windmolen staat voor 20 hectare aan zonnepark – een maatschappelijk oogmerk hebben. Windturbines draaien de hele dag, zonneparken leveren ‘s nachts geen stroom. Bovendien: onder windmolens kun je gewoon doorboeren. “Het Zwolse platteland hoeft toch niet de batterij voor Oost Gelre te worden?”, reageert Ensink.

Geestverwanten bij de industrie

Wat Ensink waarschijnlijk niet weet, is dat hij daarin niet alleen staat. Al ziet hij aan de horizon van Zwolle een nietsdoende industrie die de eigen daken niet benut, als de grootste bedreiging voor de toekomst van de agrarische sector. Juist daar heeft hij een groeiende groep geestverwanten tussen de ondernemers zitten.

Laurens Grashof, ondernemer en tot voor kort voorzitter van de industriële kring in Oost Gelre, is zo’n geestverwant. Hij heeft zich in de kringen van duurzame ondernemers in de Achterhoek vaak duidelijk uitgesproken. “De noodzaak om elke dag groene energie aan te kunnen bieden, is de grote misser in de groene gedachte. Het gaat erom dat de industrie de fossiele energie zo snel mogelijk inwisselt voor groene energie waarmee de vraag naar duurzame energie toeneemt. Maar als de overheid met regels zonnepanelen op daken van bedrijven gaat verplichten, wordt dat een strijd om de strijd en de doelen komen niet sneller in het zicht.” Grashof verwijt de overheid een onstabiel beleid, waarop ondernemers voor de middellange termijn niet kunnen sturen.

Ondernemers schieten daardoor in een afwachtende houding als ze van een zonnepark eenvoudig en goedkoop de stroom aangeboden krijgen. Het uitgangspunt moet niet zijn dat de vraag naar groene energie groeit, maar dat we in onze besparingen het gebruik van energie uit fossiele brandstof zo snel mogelijk inwisselen voor energie uit de opwek van elektrische stroom, is de visie van Grashof. Hij wijst naar de informatieplicht voor bedrijven en instellingen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) die werkt aan een duurzame en economisch sterke samenleving. Verbruikt een onderneming per jaar meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 kuub aardgas, dan zijn bedrijven verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Dit is een zorgplicht. Grashof heeft het als superhandig instrument betiteld waarmee je het ultieme doel bereikt: “Met raad en daad samen de klimaatdoelstellingen bereiken. Als de overheid dat nu eens nauwlettend gaat controleren…”

Grashof is voor besparingen op energie waarmee bedrijven ook kosten besparen. Daarmee letten bedrijven automatisch op het energieverbruik wat een werkelijke omslag maakt naar een duurzamer energiegebruik en het eigenhandig opwekken ervan.

Verscheurd platteland

“In alle haast naar een energieneutrale Achterhoek in 2030 legt de gemeente de rode loper uit voor ontwikkelaars en vergeten ze de zonneladder toe te passen”, zegt kritische buurman Bennie Smeenk, die aan de Hegemansweg een lange strook van 9 hectare panelen voor zijn huis krijgt. Hij haalde met tien andere inwoners 666 handtekeningen voor een petitie die opriep eerst de staldaken vol te leggen. De zonneladder geeft de voorkeursvolgorde in het overheidsbeleid aan voor de productie van duurzame energie: eerst de daken en bebouwde terreinen vol, daarna pas landbouwgrond gebruiken.

Ook Ensink heeft de situatie ‘verdraaid’ genoemd, waarbij de gemeente alle waarborg opzij schuift. Voor de afgifte van de omgevingsvergunning omzeilen gemeentebestuurders de voorschriften die daarin verwoord staan, omschrijft hij de situatie. De omgevingsvergunning is gebaseerd op het behoud van het coulisselandschap en streeft een vitale omgeving na.

“Een initiatiefnemer hoeft enkel een omgevingsdialoog te voeren om daarin verandering aan te brengen. Op zich is daar niks mis mee, maar op zo’n informatieavond wordt met hulp van het Achterhoekse energiebedrijf AGEM het zonneparkplan uit de doeken gedaan. Wie zegt ‘dat het zo niet kan’, wordt verwezen naar de termijn waarop zienswijzen kunnen worden ingediend. De vergunning is dan bijna rond, een samenwerking is nooit van de grond gekomen.”

Uitbreiding Laarberg geeft ook problemen met de stikstofruimte

Boerenorganisaties waarschuwen de politiek dat ze de verkeerde kant opgaan met de energietransitie. Om te beginnen is vruchtbare landbouwgrond voor voedselproductie, en niet voor zonneparken.

“Bovendien is de bodem na 25 jaar bedekt te zijn met zonnepanelen aan bodemvruchtbaarheid flink achteruit gegaan en duurt het minstens tien jaar voordat het bodemleven weer terug is. Een tweede probleem is de nieuwe uitbreiding van de Laarberg. Die vraagt voor het werkelijk bouwen om nieuwe stikstofruimte, waar de boeren zelf ook naar zoeken voor hun vee. Door deze goudkoorts worden landbouw- en bedrijfsgrond onbetaalbaar en wordt de hele sector uitgekocht.”

 

 

Thanks! You've already liked this
Geen reacties